GEVAREN ROND DE VOGELHUT

kids

GEVAREN
EN WAT WE KUNNEN DOEN

Weidevogels hebben het tegenwoordig niet makkelijk. Elk jaar weer proberen ze hun kuikens groot te brengen. Maar dat lukt steeds slechter.

Om een soort in stand te houden, moeten voldoende kuikens vliegvlug worden. Weet je nog wat dat betekent?
Als ze kunnen vliegen, kunnen ze vluchten voor gevaren. Ze kunnen mee gaan op de trek voor de winter. En het volgende jaar of de jaren daarna kunnen ze zelf proberen, hun eigen jongen vliegvlug te krijgen.

Van veel soorten weidevogels worden te weinig kuikens groot. De aantallen van die soorten worden elk jaar kleiner.

Hoe komt het nou, dat elk jaar te weinig kuikens groot worden?
En wat kunnen we daaraan doen?


Een stukje uit het boek
GEVAREN ROND DE VOGELHUT

Jorick heeft nog een vraag.
'Hoe komt het eigenlijk dat het niet goedgaat met de weidevogels?'
Jan kijkt hem aan. 'Tja, dat is een heel verhaal.'
'Komt het door de boeren?'
Jan kucht. 'Ja en nee. Er zijn gelukkig steeds meer boeren die rekening willen houden met de weidevogels.
Jullie vader bijvoorbeeld. Daar zijn we erg blij mee.
Maar het blijft moeilijk om in de moderne landbouw de weidevogels te beschermen.
Zo wordt er eerder gemaaid dan vroeger, met als gevolg dat er kuikens worden gedood.
En de kuikens die het overleven, kunnen in gemaaid land geen voedsel vinden.
Daarnaast zijn er veel rovers in het veld.'
'Rovers?’ Jolijn schrikt. 'Wie dan?'
'Kraaien. Vossen. Hermelijnen. Die zijn dol op eieren en kuikens.'


Jan is vrijwilliger bij de weidevogelbescherming. Hij vertelt over twee grote problemen voor de weidevogels en hun kuikens: de moderne landbouw en de roofdieren.
Beide problemen spelen een rol. Aan beide problemen moet hard worden gewerkt, zodat we de weidevogels kunnen behouden.

Bart Jaspers Faijer is wethouder in de gemeente Staphorst. Hij schrijft over het boek GEVAREN ROND DE VOGELHUT: 'Weidevogelbeheer is nodig.
En samenwerking tussen boeren, vrijwilligers en natuurbeheerders is hierbij het sleutelwoord.'
We moeten de problemen dus samen proberen op te lossen.

Vroeger was heel veel grasland in Nederland bloemrijk. Er stonden dus veel bloemen en kruiden in het gras.
Dat was goed voor de weidevogels. Hun nesten waren veel minder zichtbaar tussen het gras en de planten. Ook de rondlopende kuikens konden zich beter verschuilen. Voor rovers was het dus moeilijker, om nesten en kuikens te vinden.
Bovendien konden de kuikens veel meer eten vinden: er zitten een heleboel insecten in een weiland met bloemen en kruiden in het gras.

Nu is nog maar 4% van al het grasland in Nederland bloemrijke weide. En dat is veel te weinig om de weidevogels te laten overleven.

Bovendien maaien de boeren tegenwoordig veel vroeger en veel vaker. Dat is belangrijk voor de boer, maar voor de weidevogels is het een groot probleem.
Er liggen vaak nog nesten, als er wordt gemaaid.
Vrijwilligers proberen die nesten op te zoeken, voordat er gemaaid wordt. Ze zetten er dan stokjes bij, zodat de boer of de loonwerker met de maaimachine om de nesten heen kan maaien. Na het maaien zie je dan 'eilandjes' van hoog gras in een kaal weiland.



De eitjes die in het nest in zo'n eilandje zitten, komen niet altijd uit. Roofdieren zijn heel slim. Ze zien een kaal weiland met een stukje hoog gras. Daar moet natuurlijk in gekeken worden... en gevreten worden...
Als de eieren wel uitkomen, dan lopen de kuikentjes rond op kaal land. Waar moet je nu je eten vinden? En waar moet je je verschuilen voor rovers?

Sommige nesten zijn al uit, voordat de boer gaat maaien. En dan wordt het niet gemakkelijker. Kuikens lopen rond in het gras, ze kunnen zo maar in de maaier komen.
Meestal zijn ze nog zo klein, dat je ze niet kunt zien vanaf de trekker. En ze kunnen nog niet zo hard lopen...

Soms proberen we kuikens uit een land te jagen, voordat daar gemaaid wordt. Maar als alle boeren tegelijk maaien, waar moet je dan naar toe, als je kuikentje bent?

Er zijn ook andere oplossingen. Kijk maar eens naar deze film: onze weidevogels, laat ze niet verdwijnen.
We hebben hem voor jullie in stukjes geknipt, want hij is best lang. Bijna 15 minuten.
Kennen jullie de zanger Syb van der Ploeg? Hij presenteert de film. Maar hij is een echte Fries, dus hij praat ook Fries in de film. Je kunt proberen de ondertiteling te lezen.
In de ondertiteling van de film staan enkele taalfoutjes. Misschien zie je ze wel. Maar het gaat natuurlijk om de film.
We zetten een korte samenvatting onder elk deel van de film, samen met wat extra informatie.

De film is al in 2010 opgenomen. Sinds die tijd zijn er wel dingen veranderd. Die noemen we ook in de extra informatie naast de film en onder de knop leerkracht & ouder.

In de film vertelt Syb dat boeren een afspraak kunnen maken, dat ze later maaien. Dat heet met een moeilijk woord: een beheerovereenkomst.
In delen van het landbouwgebied rond Staphorst en Zwartewaterland kunnen boeren zo’n overeenkomst afsluiten. Daarin wordt afgesproken, dat de boer pas gaat maaien op 1 juni. Of op 8 of 15 juni. Omdat de kwaliteit van het gras dan minder is, krijgt de boer een vergoeding.
Nesten kunnen ongestoord uitkomen, en de kuikens hebben meer kans om vliegvlug te worden.

Het water staat in het voorjaar vaak zo laag, dat de wormen te diep in de grond zitten voor de vogels. Boeren kunnen ook een overeenkomst sluiten voor plasdras.
Jorick en Jolijn vinden dat een heel leuk woord, en ze hebben gelijk. Plasdras betekent: het onder water zetten van een stuk land. Daar kunnen volwassen weidevogels voedsel vinden.

Er zijn nog meer mogelijkheden. Onder de knop 'leerkracht & ouder' kan veel meer informatie worden gevonden.

Ook op akkers worden nesten gevonden van weidevogels. Vooral van de kievit en de scholekster.
Op een akker moet de boer veel werk verrichten. Hij moet ploegen, eggen en zaaien. Daarom plaatsen vrijwilligers de nestjes soms in een potje of een mandje. Dan kan de boer het nestje even verplaatsen, als hij daar aan het werk is. Bij de nesten staan stokken, zodat de boer of de loonwerker ze goed kan zien.

En dan heb je het probleem van de rovers. 'Kraaien. Vossen. Hermelijnen. Die zijn dol op eieren en kuikens,' vertelt Jan aan Jorick en Jolijn.
De foto rechts is genomen door een cameraval. Dat is een camera die reageert op beweging. Zoals in het boek wordt beschreven, stond er een cameraval bij het wulpennest. Op de foto zie je precies de datum en de tijd, waarop de vos is betrapt bij het stelen van de eieren.

En er zijn nog veel meer rovers.
De ooievaar en de reiger zijn uit op kuikens, vooral aan de rand van de sloot. Roofvogels zoals de buizerd en de havik lusten ook wel een kuikentje. Als de kuikens op gemaaid gras rondlopen, zijn ze een gemakkelijke prooi.
Er lopen ook veel verwilderde katten rond in het veld. Die zijn natuurlijk ook gevaarlijk voor kuikens, net als de kraai en de hermelijn.



In Nederland werken ook 92 echte weidevogelboeren.

Weidevogelboeren werken op zo'n manier, dat de weidevogels de beste kansen hebben om te broeden en hun kuikens groot te krijgen. De weilanden zijn er nat. En er is rust tijdens de broedtijd en de kuikentijd. Natuurlijk moet een weidevogelboer ook maaien. Maar hij maait later en nooit alle weilanden tegelijk.
Hij doet aan mozaïek maaien. Weer zo’n moeilijk woord, maar je weet misschien wel wat een mozaïek is. Met een mozaïek bouw je met kleine steentjes een groot kunstwerk. De weidevogelboer doet dat eigenlijk ook. Hij maait steeds stukken van percelen op verschillende tijdstippen. Dan heb je stukken met lang gras, stukken met halflang gras en kale stukken. Zo kunnen oudervogels met hun kuikens telkens van het ene stuk land naar het andere verhuizen. Ze kiezen dan voor gras waar ze voldoende eten en beschutting kunnen vinden.

Pelleboer uit Mastenbroek is zo’n weidevogelboer. In het voorjaar kun je bij hem op het bedrijf gaan kijken, hoe hij voor de weidevogels zorgt. Dat kan op een open dag.

Jorick en Jolijn zijn naar zo'n open dag gegaan, met hun ouders en de buurman, die ook boer is. Boer Pelleboer heeft een grote bus, de weidevogelsafaribus. Je kunt met deze bus mee het land in, om overal de weidevogels en de kuikens te zien. Dit wordt allemaal in het boek GEVAREN ROND DE VOGELHUT verteld.

Als je dat leuk vindt, kunnen Jorick en Jolijn jou een e-mailtje sturen, wanneer er weer een open dag bij Pelleboer is. Kijk maar onder de knop 'Contact'.